Kooiloos maar niet ongebonden:
Museletloze champagnes – wins voor de ficelle en agrafe


[Terug naar Wijn is Fijn]

In de categorie Titels Die Een Heel Artikel Samenvatten, ben ik best tevreden met bovenstaande. Al mis ik het lakzegel maar dat komt hieronder wel, als minder belangrijk (nou ja) en niet altijd present detail. En de claye. Nou goed.
Want er is meer onder de zon dan gegalvaniseerd staaldraad. Sinds de flesafdichting van in olie gedrenkte lapjes en met was afgedichte houten pennen door Dom P. werd vervangen door de nieuwlichterij ‘kurk’ uit Portugal, ergens rond de zeventiende eeuwwende.

Eerst even over de muselet. Waarbij vele ‘kenners’ dachten dat ze het wisten: dat is dat gevlochten-ijzerdraadding om een champagneflessenhals. #weblijvendecorrectebeschrijvingmakendoorwoordenaaneenteschrijven… En u had gelijk, wat mij betreft.
Maar ook niet, als we dit vergelijken met hoe het officieel zit. Want dan blijkt de muselet namelijk te gaan over het geheel rond en op de flessenhals, samen met het kurken (met goede kurk uiteraard) en het etiketteren overigens onderdeel van de habillage. Met als onderdelen

  1. Een agrafe (‘agraaf’ als variant van ‘metalen siersluiting’ op z’n Hollandsch) zijnde het metalen draadwerk; veelal gewoon staal (dat ook kan roesten, naar mijn ervaring dus echt en inox is het niet compleet. aanvankelijk slechts enkel (gevlochten) over de kurk maar dat sneed te veel in, vandaar het ‘vierkantje’, draadkorfje van tegenwoordig. Dat we gewoonlijk dus muselet noemden en velen gingen en gaan daar in mee, maar dat niet langer (nodig) u weet beter! We komen hier zo op terug;
     
  2. Een capsule, de zinken al of niet gelakte omslag (feuille revêtant of foil covering). Deze svp niet, zoals ook niet bij stille wijnen, er in het geheel maar afrukken. Die term duidt al op het ruwe, grove, waarmee dat wordt geassocieerd. Misschien leuk om disrespect te tonen uit gebrek aan inzicht in alles-wijn en zeker in alles-wijnmakersvakmaschap, maar niet doen gewoon. Laat anderen liever in ongewisse over uw stijl dan uzelf omlaag te halen als u het product nog niet (negatief) hebt kunnen beoordelen. De meeste producenten hanteren toch wel een capsule met duidelijke lostrekstrook halverwege; niet voor niets. En overigens geen kwaliteitsindicator. Wel handig om te zorgen voor betere afscherming tegen lucht, lek en ‘baccillen’.
     
  3. De plaque of capsule de muselet, het metalen (blikken) kapje bovenop dat meehelpt insnijding van het ijzerdraad te voorkomen. Ja die verzameldingen. Ik doe mee hoewel er nauwelijks van enig fanatisme sprake is.
    [Selectiecriterium: Eentje van elke cuvée die ik in ons eigen huis heb geopend. Buitenlandse bubbels mogen ook meedoen. Maar slechts één per cuvée anders zou ik m’n wandbord al vier à vijf keer vol hebben – nu zit ik pas op 90-95% schat ik. Dan leer je ook dat of all houses Krug een ietsje kleinere plaque gebruikt… officieel vast wel des milieus wegen maar dat het kosten bespaart, is vast slechts een tertiaire gedachte ..‽]
    Anyway; dit ding wordt dus vaak ook maar half-ten-onrechte de capsule of cap genoemd. ‘t Is dat u het weet. En is door Jacquesson ontwikkeld, 5 juli 1844 geoctroyeerd (in NL kennen we geen patenten!) en later verder ontwikkeld.

    Wie verder wil lezen over het korfje … zie onder andere deze.
     

Dit alles is dan tot daar aan toe. Waar ik het eigenlijk al eerder over wilde hebben: Er zijn ook andere vormen, en die vind ik ‘dus’ interessanter c.q. de moeite van het bespreken en uitlichten waard.
Zeker omdat ze bijna verboden waren – er was een lobby met petities en al nodig om ervoor te zorgen dat de ficelle en agrafe mochten blijven, in 2023-2025. We volgden die strijd, met uiteraard ‘van Europa mag het niet meer vanwege verzin iets vaags/onwaars over kwaliteit met een totalitair platslaande uniformisering zonder welk doel dan ook toe als sausje’-argumenten en ‘zeur niet’ aan de ene kant,
en ‘we zijn en houden van Traditie! Dit is en nom de D, Franse traditie en we leven hier in een UNESCO Werelderfgoed’ aan de andere.
Ik doe deze en gene tekort met zo’n kort-door-de-bocht samenvatting maar u snapt het beeld.
U snapt ook de uitkomst die moet worden gevierd (met …): Traditie won – al is de capsule optioneel geworden! dus ter kennisgeving:

  1. De ficelle, al of niet met sceau de cire. Mogelijk met lak- of zegelwas-capsule. Gaat terug tot ver vóór de ontwikkeling van het muselet zoals wij dat kennen. Van hennepdraad, twee eeuwen terug soms in combinatie met ijzerdraad. Aanvankelijk handmatig aangebracht (‘dichtgeknoopt’? hoe noem je zoiets), door de fles op/in een calice of calebotin, een ‘bindpot’ (voor ons wie kent het woord niet?) tussen de benen te zetten en vlechten maar, knet-strak door gebruik van een ‘klavier’ (trèfle). Later eropgezet door een ‘houten paard’ zijnde een machine. Maar het bleef een beetje zwakjes, toch wel. Tegenwoordig werkt men gewoonweg zorgvuldiger, en soms dompelt men het geheel met hals en al in een lak- i.e., zegelwas-bad dat neemt de spanning wat weg en sluit luchtdichter af. En soms (zonder zegellak zeker) zekert men het touw met een sceau de cire, lakzegel. Dat is op zich geen super-toevoeging aan de bescherming/zekering maar duidt wel op keuriger arbeid. En een capsule zou te veel verdonkeremanen dus die blijft dan vaak juist achterwege, tegenwoordig. Tout ça change …
     
  2. De aparte agrafe, de versmelting van de oorspronkelijke beugeldraden tot een geheel, een dikkere draad (?) of letterlijker/duidelijker vertaald een niet(sans -je; bijna een beugeltje maar unlike sommige bieren, voor enkelvoudig gebruik uitzonderingen voorbehouden) als hier. Van klassiek tot modern in diverse vormen
    Met gold-plated zonodig-bijbehorende dégrafeur van Henri Giraud uiteraard. Dat staat wat netter dan een (semi-rond niet puntig) ontbijtmes-lemmet uit de keukenla.
    Zonder plaque (zou toch worden ingedeukt) en capsule (overbodig maar toch, Hertbert&Co gebruikt ze in de habillage wél…), vrijwel altijd. Terug naar Vroeger of altijd zo geweest.
     
  3. Tot slot kunnen we in dezelfde categorie als de dégrafeur ook de claye niet ongenoemd laten. Een heruitvinding van een oud hulpmiddeltje, om de kurk er netjes en zacht af te krijgen, ook als die wat vaster zit. Wat we ook weleens aantreffen bij non-Echte bubbels oftewel Prosecco’s et al., waar de druk lager is en de kurk even vast zit. In plaats van een gewone kurkentrekker (alsnog Ploef of shhhh) of tang (oh elegantie ..‽) te gebruiken. Ik weet niet he-le-maal zeker of het ding vroeger, tot een eeuw geleden, nou echt zo gebruikelijk was, maar zoals gezegd; ‘stijlvol’ is nooit te veel.
    Al met al óók een Dingetje Om Te Weten. Want:
     

Kennis flaunten hoeft niet (zeer zelden tot nooit), weten-van is genoeg. Maar dan wel kloppend. Traditie steunen heeft al waarde op zich; seek them out zou ik zeggen.

Maverisk / Étoiles du Nord