De Auxerrois zonder Auxerrois


[Terug naar Wijn is Fijn]

[In ontwikkeling ..!]
Ja voor wie verder durft te kijken dan de doorgeschoten tot standaardkennis verworven opinies over ‘Bourgogne’-het-riedeltje-tussen-Beaune-en-Dijon-tot-Mâcon … kan er zomaar achterkomen dat er meer is …:
een reeks vrijwel-tot-geheel onbekende óók-Bourgogne subregio’s die, laten we zeggen, een ‘wat’ ander karakter hebben.
De Chablis met razorsharp Chardonnays (as we write in 2026 koelt een 2014 Premier Cru Beauroy beneden; rustigaan keurig op dronk) komen later nog wel in een eigen verhaal. Chard heet in de Chablis overigens (ook wel) Beaunois maar in de omliggende dorpen dus gewoon Chardonnay…

De Grand Auxerrois dus, oftewel de omgeving van Auxerre die vroeger bekend was als en het land van de graaf van Auxois, het ‘land van Alesia’ nou dan weet u het wel; oftewel het strooomgebied van de Yonne. Alwaar de druif (spoiler alert: er is een reeks druiven die in een of andere streek wel Auxerrois worden genoemd maar ieder toch meer bekend zijn onder wild-verschillende namen… neem een rode Côt-is-Malbec of witte Lorraine-druif ‘Pinmot’Aux of Aux ‘Blanc’, en volgens mij zijn er nog meer) naar is vernoemd maar in deze omgeving juist niet voorkomt. Franse logica.
Rondom de stad zelf liggen diverse wijngaarden die Côtes d’Auxerre mogen heten. Ten noordoosten ‘achter’ de Chablis zelfs nog, vinden we Tonnerre en Épineuil. Ten zuidwesten van de stad, buiten de eerste ommelanden zeg maar, vinden we Chitry en Saint-Bris(-le-Vineux) (App Village), en ietsje verder Irancy (App Village) met wat westelijker aan de andere oever van de Yonne wat omhoog Coulanges-la-Vineuse. Een 35km onder Irancy hebben we nog Vézelay (App Village) – we zitten dan al tegen het Bos van Morvan aan waaraan de andere kant de ‘traditionele’ Bourgogne ligt. Daarbij liggen nog de vlekjes Asquins, Saint-Père en Tharoiseau wie kent het niet. Irancy, Saint-Bris en Vézelay zijn overigens Appellations Villages, de anderen Appellations Régionales. Een en ander hangt op waar de druiven staan; de producenten kunnen in een aanpalende of verderweggelegen (zelfs al of niet sub)appellation werken. Én er is enige overlap in lieux-dits tussen de sub-appellations – die liggen soms in een buur-subappellation. En dan maakt het ook nog iets minder uit waar de wijnmakers zijn gevestigd; dat is meestal wel in de regio maar echt in de dorpen zelf hoeft, kennelijk, helemaal niet.
En om het overzichtelijk te houden, 40km ten noordwesten van de grote stad Auxerre ligt dan nog aan de Yonne de plaats Joigny waar‘achter’ een paar lieux-dits sorry ik bedoel Climats liggen waarvan één onder de erkende-sub-appellation-naam Côte Saint-Jacques, met met Oude Stokken. Net iets meer dan 12 hectare deze hoek (de Jovinien, weer zo’n lekker weetje / verschrijving) bij elkaar. Zullen we ook Montholon maar hierbij vegen? Niet alle sites weten dit te liggen of te bestaan; de site van de Vins de Bourgogne heeft wel een kaartje maar geen verder verhaal. Een maker van Saint-Jacques is er wel gevestigd dus…

En er is nóg een apart gebied (stevig versnipperd) in het noordoosten, boven Beaune: de Châtillonnais. Niet te vergeten! En zelf weten we ook van de Muids de Montsaugeonnais die vinden we helemáál nergens. Ligt ook nét te ver weg om officieel Bourgignon te zijn maar soit; qua geo ligt dit toch ‘vlak’bij.

Let wel; alles wat cross-subappellation wordt geoogst c.q. verwerkt, of buiten de kernen van deze gebiedjes ligt, wordt uiteraard nog wel even gemakkelijk in Bourgogne, Coteaux Bourguignons, Bourgogne Aligoté, Bourgogne Passe-tout-grains, Bourgogne Mousseux en Crémant de Bourgogne uitgeleverd. Dat alles in nog meer gedetailleerd overzicht (dûh) inclusief de Châtillonnais, én de Chablis eigenlijk er middenin, hier op kaart.

Anyway; als schot voor de boeg: Alles is hier typisch Chardonnay en Aligoté voor wit; Pinot Noir, Gris, Gamay en Tressot wie kent die niet voor rood. De Gamay als holdover uit vroeger tijden – en ook nu nog hoort de Beaujolais administratief onder de Bourgogne AOC, en het verbod op Gamay betrof alleen de Côte d’Or ..! Met wat splinters César (N voor Noir, rood) – zo zeldzaam dat de (semi-)officiële info erover niet eens helemaal consistent is, niet vreemd voor een (minder dan?) 10 hectare en soms bij een wijnmaker maar één vat per jaar.
Voor wit ook nog plukjes Sacy of Melon – de Bourgogne hier dus anders dan vaak beweerd wél local in de B zélf aanwezig en niet alléén in de Muscadet. Enne, nergens anders te vinden in de Bourgogne: Saint-Bris is vrijwel geheel Sauvignon Blanc … met wat plukjes Sauvignon Gris erbij zelfs. #weirdmaarwaar

Qua weer zitten we hier in de semi-continentale hoek met koude winters en warme zomers – zonder al te veel van de maritieme invloeden die bijvoorbeeld bij de Champagne nog net wel een rol spelen. Hier dus niet door net een aantal meer heuvelruggen ertussen. Wel heeft men (ook) hier soms last van nachtvorst in het voorjaar, en dat zal er wegens De Opwarming-is-instabieler-weer niet minder worden. Maar als het in de zuidelijker Bourgogne toekruipt naar de te-warme kant, dan liggen hier nog flinke kwaliteits(verbeter)toekomst. Enkel/meervoud; er zijn nogal wat lokale, meso- en micro-verschillen!
Dat geldt ook voor de ondergrond. Daar zit over de hele gezien wel heel veel Kimméridgien mergel/kalksteenmengsel in – het einde is nabij! van het Parijs’e Bekken dan – maar ook daarvoor zijn lokale/meso-schaal verschillen en toevoegingen (alluviaal, klei, al of geen stenigheid) mede- c.q. nog-meer-bepalend, zoals Portlandian bovenaan/op de hellingen etc. Zie hieronder voor de details.

Al die verschillen en climats, geven wijnen die qua karakter zowat-allemaal nét wat anders (kunnen!) zijn dan de wijn van de buurman/vrouw/<uw keuze>; voor Irancy zeker is per climat wel een profiel te trekken (als hier), ook voor andere dorpen kan dat. Er is geen peil op te trekken, dus onderstaande peilingen zijn ruwweg… De grotere referentie-sites (en zelfs dorps-appéllation-sites voor zover bestaand) schrijven wat dat betreft elkaar over, dus veel verder komen we niet – of ik heb privé-proefnotities; die heb ik onderstaand verwerkt. De Bourgogne (sic) blijft een lappendeken vol noodzakelijkerwijs gedetailleerd proefwerk.

[terug naar boven]


Poursuivons-nous rapidement, met het meest interessante stukje misschien wel: De diverse sub-appellations met een drill-down per dorp (of nog kleiner)…:

  1. Irancy – op één omdat … nou ja, deze misschien nog een béétje bekend is. Vooral vanwege de lichte (maar niet te-roséig dunne) rode van Pinot Noir. Typisch Bourgogne. Maar… helemaal niet zo typisch Bourgogne is dat er hier sinds de Romeinen, rare jongen die, ook César (N, voor Noir) staat aangeplant, en in de appellation mag (tot 10%), flink donkere kleur en een klap tanninnes toevoegend. En her en der zijn nog wat Gris’en te vinden.
    De kleur is mooi robijnrood, licht neigend naar granaat en rijk aan reflecties. In de neus heeft hij een zeer fruitig boeket (kers, zwarte aalbes, morilles, framboos, braam) waar bloemige (viooltjes), kruiden, truffel, leer en kreupelhout, en ook drop- of pepergeuren soms binnenkomen. Op het gehemelte smelten de tannines en maken plaats voor een stevige en fluweelachtige structuur maar zeker met flink wat body; jong soms nogal gesloten maar gerijpt veel diverser en met veelzijdige diepte. [“De zuurgraad zorgt voor uitstekende rijping (meestal 3 tot 10 jaar)” lees ik ergens.]
    Overigens wordt er ook wel een béétje rosé gemaakt, buiten de dorpsappéllation om want men was vergeten dit mee te nemen in de regels. Opvallenderwijs saignée geen maceration. Het lijkt wel op de Chanpamges zo vlakbij.

    Degenen die ik proefde, voldoen hier inderdaad wel aan hoewel ik ze toch aan de verfrissende kant vond; geen kanonnen. Goed bij spare ribs en stoofpotten. De lichtere uitvoeringen passen ook bij pâtés en croûte, en qua kaas Camembert, Cantal, Chaource, en de bij ons minder bekende maar in de buurt absoluut aan te raden Soumaintrain.

    Ook de communes Vincelottes en Cravant mogen meedoen. En by the way sommige van de vele lieux-dits mogen op het etiket. Mouroux, La Bergère,Chérelle, Chérelle Ouest, Beaumonts, Mazelots, Haut de Boudardes, Les Cailles, Palotte (die kent iedereen; steekt uit – bovendien nogal Oude Stokken van Benoit Cantin die ook oude stokken heeft in (sic) La Grande Côte) en Veaupessiot zijn de besten. Let daarbij op dat Côte du Moutier, Les Cailles (hee de kwartels ah dáár verblijven ze dus), Boudardes, Vauchassy, Les Mazelots, Les Bessys en La Palotte degenen zijn met César dus pik die eruit! Dat alles in een terroir in de vorm van een bekken (waarin het dorp) omringd door heuvels (eigenlijk een ‘cuesta’) en een begin van plateau, aan de Yonne benedenaan. De hellingen zijn vooral Kimmeridgien-mergelmengsels (we zitten hier inderdaad bovenop die Bassin van Parijs-laag die onder de grote stad doorloopt tot en met de white cliffs ja Chablis, en de Champagne (Bars) zijn immer dichtbij), met bruine kalk(steen)bodems die zo goed zijn voor de Pinot Noir. Meer precies: De toppen van de heuvels rusten op harde kalksteen uit het Tithoniaan, de zogenaamde Barrois-kalksteen, die een meestal beboste richel vormt. De hellingen rusten op een ondergrond van mergel met Exogyra virgula (kleine oesters) uit het Midden-Kimméridgien, met helemaal onderaan kalksteen met Astartes-fossielen uit het Onder-Kimméridgien. De bodems bestaan uit kalkhoudend puin en klei. Reken op 130 tot 250 meter boven zeeniveau. De ligging varieert maar is toch wel voornamelijk zuid/zuidwest. Hier is overigens nog wél enige zee-invloed merkbaar; heel erg continentaal is het niet en het hele jaar door is er kans op buien bij toch-nog gematigde temperaturen.
    Met zo’n beperkt gebied zijn voor de liefhebber ook alle lieux-dits in beeld. Visueel is nuttiger: hier in vogelvlucht en hier en hier op kaart. Voor een totaal van 6320 hectoliter van zo’n 176 hectare. Door een flink lijstje makers.

  2. Coulanges-la-Vineuse met diverse omliggende dorpen. Hier wordt wit gemaakt van Chard, en rood weer van Pinot Noir en César. De gaarden liggen 155-310m boven huidig-zeeniveau op de hellingen van kleine erosie-oorspronkelijke valleitjes, op het zuid- en zuidoosten. Ook hier weer kalkige bodems, met wat klei/mergel erdoorheen; Kimméridgien (op z’n Frans mét accent) toch nog wel. Op de Gallo-Romeinse opgraving bij Escolives-Sainte-Camille staat nog een vondst uit de 2e eeuw: De Kleine Druivenplukker; men is hier dus al een tijdje bezig – de kwaliteit te eren. De wijnen waren ook in latere perioden beroemd, Karel V+, Lodewijk XI, Hendrik IV en Lodewijk XIV genoten ervan. In 1776 waren er 243 wijnbouwers en 17 kuipers; de industry draaide dus lekker en komt hopelijk wéér tot bloei.
     
    De rooien zijn licht kersen- tot paarsrood mer een robijnzweem, met in de neus kers (dûh), cassis, geroosterd brood, en een herkenbare vleug viool en roos. Qua smaak is iedere proef een afwisseling; bovenop ‘knapperige’ tannines (men bedoelt: scherp maar niet knallend) vinden we framboos en aanpalende bosvruchten en cassis, met hier en daar soms wat droppigs en peperigs (tot hier dus gelijkend op de Irancyès), plus vast wat zoutmineraligheid in de finish. Ze doen het goed bij kleine wat lichtere charcuterie, licht geroosterde groenten en vis met enige Maillard. Ook pasta’s (pizza, andere met tomaat, gegrilld witvlees en kruidigheid) kunnen prima. De beste, wat vollere, rijpere, gaan ook heel goed bij eendenborst (ah, mijn favo!) met kersensaus, lam en zelfs bœuf Bourgignon. Als, als altijd onmisbaar, kaasadvies zou ik gaan voor ietsje lichtzoetigheid in de ‘zuivel’ (kaasvakterm voor binnenwerk; leert de Belangrijke zaken van het leven…) zoals (mogelijk) met Brie, Chaource, Reblochon, Salers en Saint-Nectaire.
    De witten zijn bleekgeel, met een lichte goudzweem. Ook hier een palet, in de neus elementen van kamperfoelie én peer, kweepeer, perzik, honing en brioche, plus jodium. Het mondgevoel is desondanks (?) vlezig en redelijk vol, met aroma’s van exotisch fruit. De afdronk is lekker frissappig. Ze gaan goed bij tapas die wat aan de ziltere kant zijn, bij kaas-soesjes (gougères), kalkoen met room, kalfsblanquette, gegrilde andouilleworst (niet mijn ding), gegrilde schelpdieren, geroosterde vis, gebakken zeebrasem, tot en met champignonrisotto. Qua kaas scoren as-achtige geiten- en andere kazen, Comté (altijd een goed idee om die te serveren, helemaal wél mijn ding ja Altijd), Beaufort en berg-tommes bijvoorbeeld uit de Savoie.
    En dan zijn er ook rosés, hier ook wel claret genoemd maar dus geen Bordelais… Rozig (‘zoals een roos’) van kleur, soms wat meer verzadigd koraal tot framboos. Klein rood fruit is dominant in de neus, zeker bij de meer extractieve. Het mondgevoel blijft redelijk licht overigens, met hetzelfde aroma-palet ingebed in verfrissende mineraliteit. Daarbij aansluitend passen weer gougères maar ook droge-kruidenham en andouilletteworst. Dat klinkt wat steviger reeds…
     
    De communes Jussy, Escolives-Sainte-Camille, Migé, Cal-de-Mercy, Mouffy en Charantenay, en sommige makers uit Saint-Bris, Chitry en Ladoix-Serrigny mogen overigens ook Coulanges produceren. En ook hier mogen de climats (lieux-dits) met naam en toenaam op het etiket.
    Visueel is een en ander hier te zien in vogelvlucht en hier en hier op kaart. Voor een totaal van 3977 hectoliter van zo’n 99 hectare rood/rosé en 876 hectoliter van 18 wit. Door een beperkt aantal makers.

    [terug naar boven]

  3. Saint-Bris-le-Vineux, met uniquement voor héél de Bourgogne, hier wél vrijwel exclusief zelfs, Sauvignon Blanc! Met wat Sauvignon Gris eromheen.
    Hoewel ik er vanuit ga dat niet iedereen haar kent, ga ik er ook vanuit dat u wél haar kent; Wina Born, die bij een flink aantal kazen in Het Standaardwerk, de Larousse kaas encyclopedie met antiquarische waarde, juist Saint-Bris aanraadt sterker nog deze noemt alsof het eigenlijk vanzelf spreekt dat iedereen deze kent en bij de lokale wijnhandel ruimschoots voorradig vindt. Laten we allen hopen dat zulks binnenkort weer het geval is! Zeker voor geitenkaas, feta, ricotta en me dunkt ook een double of triple crème (St. André of Brillat-Savarin spring to mind, obviously) maar natuurlijk ook Brie, Camembert, Fontina, Sbrintz en degelijke. Vergeet dan vooral niet de Appenzellers van deze wereld! en de lichte Gruyères, en … en … ja de Senbrie past bij zoveel …

    De SavBlanc groeit hier overigens goed, een cépage vigoureux dus met compacte trossen kleine ovale druiven, mooi tot goudgeel rijpend, met dikke huid en zachte pulp. Op dit Bourgogne-terroir blijft een en ander toch nog wel droog en licht. Het rijpen gebeurt dan ook in vrij uitgebreide kelders, die niet alleen on het trappetje in de gang liggen maar onder het hele gebied doorlopen; ongeveer 3,5ha aan kelders op 60 meter diep. Niet voor niets zijn hier ook de groeven van Bailly die het steen leverden voor het Panthéon te Parijs. De grond in (op?) de wijngaarden is overigens Jurassisch en afwisselend tussen Portlandian en Kimméridgien. Kalkgrond ‘dus’, dûh (?), voornamelijk, maar dan wel met Astarte-fossielen (lager Kimméridgien) dichter bij de Yonne-oevers met aan de voet van de hellingen mergel-kalkmengsels. De wijngaarden liggen voornamelijk op de mergelhellingen op 150-300m boven la mer, met zeer kalk/kleirijke maar goed doorlatende grond, hier en daar op de rand van het (boven)plateau van de Côtes de Bar met dunnere en stenige bodems. De betere gaarden liggen op noordhellingen die optimale rijping geven.

    Alles is wit dus. Bleek stro of nog lichter van kleur, met in de neus een uitgebreid assortiment mineraliteit (silex, vuursteen), en zelfs wat paddestoelen en leer, lichte bloemigheid en fruit, en toch ook soms aromas van grapefruit en mandarijn met wat peer, cassis en appel, licht bittere amandel en terug tot hints van framboos. Bij rijping kan dit uitzweven tot aan tot zwarte bes en soortgelijke jam en geconfijt fruit. Het mondgevoel is Droog, Kurk Droog; veel groene appel en citrus-werk. Een tintje kruidigheid en jodium in de finish hoort er ook bij. Nota bene, de makers zelf en de Guide Hachette noemen dit (ook) zo; wie ben ik om hen te verbeteren. In het Na komt de bloemigheid terug. Dit gaat dus absoluut uitstekend bij Kaas (zie boven)…; ook oesters en andere schaal- en schelpdieren passen; het hoeft geen Chablis-Chard te zijn deze Bourgogne-SavBlanc countert even perfect. Denk ook aan vis, plus zelfs curry’s en saffraan-heavy gerechten. Let wel; er lijken dus verschillende profielen te komen van de Saint-Bris. Zie bovenstaande over de bodems – weet waar uw wijn vanaf komt!

    De totale aanplant stond tot voor kort overigens op 152ha die goed waren voor 8905hl (ad 133 flessen per hl ongeveer). Visueel hier in vogelvlucht en hier en hier op kaart.
    Enne, de productie komt ook van een paar plotjes in de aanpalende Chitry, Irancy, Quenne en Vincelottes. Ook door diverse producenten (die bekender zijn) van buiten deze gemeenten. Vreemd genoeg zijn de Plantation 1902 en Les Copains, zeer Oude Stokken, niet op kaart te vinden – en Alice en Olivier De Moor wonen te Courgis even uit de buurt / Clement Lavallée heeft wel een aparte cuvée… Ook Oude Stokken– Ma Pierre is niet op kaart te vinden, La Pierre wel #lijktmeomhetzelfeClimattegaan

  4. Chitry is een naam die wellicht nog enige bekendheid geniet – vooral omdat ‘ie op een schoolbordje aan de wand als open tapfles-per-glas staat genoteerd. Omdat kenners toch wel even willen proeven hoe de vlag er dit jaar bijhangt…
    Wit is Chard, rood en rosé is Pinot Noir. Simpel. Niet meer nodig. Te klein om meer te hebben dan zou het wel heel erg versnipperen…
    Chitry-le-Fort laten we het precies houden voor heel even, op de rechteroever van de Yonne. Bruggetje voor u: kijk mee hoe de rivier stroomt alsof u aan de bron staat dan weet u waar uw linkerduim rechts zit en eventueel andersom. Zoals zoveel dorpen in dit land, niet alleen wijngaarden maar juist ook met andere landbouw ertussendoor (hendie tegen ziektedruk door monocultuur) en hier ook een flinke dosis kersenboogerds. Die wijngaarden liggen exposés in noord-noordoostelijke of juist tegenover zuid-zuidoostelijke richtingen, op 195-300m hoogte zoals wel meer in de buurt. Met middel- en boven-Jurassische kalkstenen ondergrond.

    De witten zijn bleekgeel met enige goud-zweem. In de neus treffen we citroen, wit fruit, peer en meidoorn. Het mondgevoel is zacht en soepel, met weer citroen(zuur) maar dan gedempt door wat fruitige textuur. In het eind zit nog wat ziltigheid toegevoegd maar zeker ook lange frisheid. Ze doen het dus prima bij asperges, kruidenboter(-mousse graag), slakken, gebakken vis en lichte charcuterie. Geitenkaas zonder punt want eerst meld ik dat iets bloemigs denk acacia(honing) daarin/bij hoort ah daar is de punt.
    Het rood is kersen- met wat diepe robijnrode kantjes. Die kersen treffen we direct ook in de neus, in combi met framboos, viooltjes en (pioen- … zegt men ik haalde er wel rozen uit maar preciezer is niet mijn ding op deze sub-sub-subdimensie)rozen, en geroosterd brood. Het mondgevoel is stevig (met name qua tannines) maar frisfruitig met weer dat ziltige. Vandaar dat deze goed aansluiten bij tonijnmoot, de betere gehaktbal (de beste zijn sowieso van m’n schoonmoeder dus die kent u niet), en gerookt of stoof- varkensvlees etc. met linzen en/of uien. Denk daarna ook aan een mooi stuk Cantal en andere tommes.
    De rosés ten slotte zit op het spectrum van oranjeroze tot rozenrood met een goudaccent. We ruiken bloemigheid gemengd met kers, aalbes-tot-zwarte bes, granaatappel, en wat hints van peper en zoethout. Ook hier is het mondgevoel frisstevig maar toegankelijk en met aardig wat caudalies. Ideaal dus bij gemengde salades, koude buffetten, vis uit de oven al of niet gemarineerd, lichter schelp- of witvlees met chorizoversterking, gnocci met rode saus en kikkerbilletjes ook – ja ein-de-lijk treft u de ultieme pairing daarvoor.

    Totaal hebben we het over 41ha wit en 30ha rood/rosé, voor 2322hl wit en 1275hl rood/rosé (ad 133 flessen per hl ongeveer). Visueel hier in vogelvlucht en hier en hier op kaart. Door een beperkt aantal makers.

    [terug naar boven]

  5. Vézelay (incl Asquins, Saint-Père en Tharoiseau, met Fontette ertussen) – let wel da’s dus niet Verzenay in de Champagne; het scheelt drie uur rijden. Met een basiliek zelfs; op zich niet de toeristentrekker (gelukkig) maar wel met toch een béétje aparte gevel etc. Qua wijn is er wél genoeg te doen in de cœur du Vézelien. Wij dronken bij Chez Jean een heerlijke van hier!
    Ook dit gebiedje was door de Phyllo…<censuur> helemaal van de kaart geveegd; in de jaren ’60 was er een uitgebreidheid van 2 hectare totaal aan aanplant. Da’s niet echt groots. Pas in 1975 begon men een en ander weer op te pakken en pas sinds 2017 is het ‘weer’ een eigen Village-appellation. Qua afstand tot de andere Grand Aux’xs ziet men zichzelf toch wel als een ‘satelliet’, zo veel zuidelijker, dichter bij de kern-, standaard-(top-)Bourgogne. Niet de Yonne maar de Cure is hier de rivier, westelijk begrensd door heuvelig land met een reeks parallelle valleitjes die in rotspunten uitmonden, bij uitstek die van het dorpje Vézelay zelf. De heuvelruggetjes ten (west)zuidwesten en noorden tot oosten is dan waar de wijngaarden liggen, op zo’n 190-330m boven Hollands polderpeil. Aan de linkeroever is de ondergrond mergel/kalksteen uit het Bathonien (Midden-Jura), aan de rechteroever is het overwegend mergel-kleiachtige mengsels uit het Lias (Onder-Jura). Bovenaan vinden we ondiepe, vaak steenachtige bodems, arm aan fijne aarde, verbrokkeld, verweerd kalksteenmoedergesteente. Halverwege en lager op de helling zijn steeds dikkere afzettingsbodems gestapeld, van steenachtige kalkhoudende rivierafzettingen bovenop diepe kalk/klei-bodemlagen die ontstonden door verwering van de verschillende onderliggende steensoorten: harde kalksteen, mergelachtige kalksteen en mergel. Het klimaat is overigens standaard voor de streek, met nog net een béétje temperende Atlantique-invloeden maar wel langere en koudere winters, vochtige lentes en vrij warme en zonnige zomers. De herfst #weetniet. De standaard nachtvorst en hagelbuien zijn de grootste bedreigingen – even aanzien of het door de Opwarming niet te droog gaat worden.

    Alles is hier overigens wit-is-Chard, als enige toegestaan voor de AOC hier. Dat geeft een bleekgouden gloed met in de neus citroen, acacia- en meidoornbloesem, peer en perzik en zelfs wat grapefruit en broiche/amadel. De wijn komt soepel binnen, met veel fruittonen op een basis van citroen. In het lange Na domineert een kalk’ige mineraliteit met een snufje ziltigheid, en wie goed proeft, haalt er ook hints van drop en menthol uit.​ Al met al zijn de wijnen vrij complex en kunnen goed ouderen.
    Dit past goed bij voorgerechten als gravlax, gerookte vis (kabeljauw, dorade et al.) en schaaldieren (Saint-Jacques is met een Vézelay een blije heilige) en lichtere tartaar. Ook haas/konijn, kruidige ham en worstjes kunnen prima. Als de wijn op hout is opgevoed, past ook een gebonden soep, vis in wat kruidiger saus of kip met paddenstoel best.
    Kaas is een apart verhaal: Er zijn weinig betere combi’s dan met geitenkaas en halfharde tot harde kazen. Aan de andere kant gaan ook een Brillat-Savarin of Chaource prima – een Vézelay is dus typisch een begeleider van een kaasproeverij.

    We hebben het overigens over slechts een klein stukje productie; 63ha levert 2774hl (ad 133 fles per hl). Dit ‘alles’ van een slechts kort rijtje producenten. U kunt ze (nou ja de gaarden) hier vanuit de lucht, en hier, en hier en hier en hier en hier in detail per dorp, op kaart vinden.

  6. Épineuil (hier staat officieel sinds het jaar 92 wijn geplant… 21 makers slechts hebben het gered sinds heel Frankrijk maar niet een klein dorpje in Bretagne meedeed met de Romeinse drank-innovatie) dan, een eilandje ver weg nog ‘boven’ de Tonnerre. Op de rechterover van de Armançon – wie deze beek kent, kent de wijnen ook wel, toch ..? – deed men al vanouds aan wijnbouw, zeker rond de tijd van de bekende Lowiekes. Daarna, het is een bekend verhaal in heel Europa, zakte de boel ook rond Épineuil in door de Phyll…<ja men spoele de mond met groene zeep> waarna het in de jaren ’70 en ’80 pas weer een beetje begon te lopen, hier. De gaarden liggen op de hellingen van een heuvelruggetje op zo’n 140-265m, zuidwest tot en met zuidoost en een stukje noordwest, beschermd tegen de wind die van het plateau van Langres komt. De stokken staan op zeer stenige grond van Kimméridgien mergel-kalksteen en Portlandian kalk. Die stokken zijn Pinot Noir voor rood en idem plus idem Gris voor rosé.
    Het rood is kersen-, redelijk intens tot robijnrood aan toe. De gebruikelijke kers, cassis en framboos voeren de boventoon, plus wat peperigs/droppigs, rozengeur en viooltjesschijn, geroosterd brood en soms wat bosbes. In de mond is een en ander middelzwaar fruitig, met herkenbare maar rustige tannine plus een lichtzilt kantje aan het eind. Dit gaat goed bij gegrillde (non-kweek)zalm, gebraden kip met morellen, met druiven gevulde kwartels, gestoofd rood vlees, gesmoord kalfsvlees, gegratineerde groenten zoals gevulde kool, maar ook zoiets streek’igs als eieren in rode-wijnsaus, en fijne charcuterie. Qua kaas valt te denken aan geitenkazen, Reblochon, Saint-Nectaire of, doe eens gek, een Mimolette.
    De rosés zijn zalm’ig tot oranje’ig dat zijn mijn woorden ja, met een goudgloeiend kantje. De neus is –officieel– vooral aalbes, meloen, een pepertje, grapefruit, steranijs, sinaasappel en perzik. Zal nog eens opnieuw gaan proeven, deze lijst gaat wel heel veel kanten heen. In de mond veel fruit en kruidigheid, met een ziltige na waarbij ook jodium- en anijsaroma’s voorbij kunnen komen. Vooral goed bij gemengde salades, gebakken schaaldieren met tomatensauzen, gegrilde vis met groenten in olijfolie, Aziatisch gebakken varkensvlees, zomerse spiesjes of gevulde paprika’s. In de kaas-hoek springt Picodon eruit maar andere geitenkaas kan ook prima.

    Op zo’n kleine oppervlakte, 56ha voor rood en 9ha voor rosé, haalt men toch nog 2414hl respectievelijk 233hl van de velden. Daar zit een toch nog redelijk lange lijst producenten achter. In vogelvlucht ziet het er zo uit, en op kaart zo en zo. Daarop zijn de Oude Stokken van Les Fauconniers en (L’Âme Des) Dannots herkenbaar. De climats mogen op het etiket (met het voorbehoud dat het om ‘mono-climats’ gaat uiteraard).

    [terug naar boven]

  7. Tonnerre, een flink wat groter buitengebied – nou ja, relatief dan; alles is relatief en dan gaat het om de oppervlakte van de gemeente in totaal want qua wijnbouw is het juist kleiner nog dan voornoemde Épineuil. En niet Tonnèèr maar TonneRRe. Ik hoop dat er een kuiperij is genaamd Tonnellerie de la Terre de Tonnerre et les Tonnerois, voor de logopedisten onder u. Alweer de wijngaarden op (de ingangen van) hellinkjes van vele zijdalletjes, hier vooral op het zuidoosten georiënteerd op 200-300m ‘hoogte’; voornamelijk Kimméridgien mergel-kalk en Portlandian kalk, uit het opper-Jurasssisch, met nogal veel steenslag erdoorheen.

    Alles is wit hier, Chard-dus. Bleek geelgroen van kleur, met weer die Chard-rijpingsgouden gloed, met veel citroen, acaciabloesem, venkel over peer en perzik, noten, orgeat, soms met enige ananas en passievrucht. Het blijft dan ook fris in de mond hoewel Chard-vol, waar ziltigheid, zoethout en anijs de dominante citroen aanvullen. Dit past dan ook uitstekend bij vanalles uit zee met een jodium-kantje; oesters, schaal- en schelpdieren, sushi, et al. Maar pas op voor wat meer gerijpte Tonnerois (nu dus wel met 1 R), die gaan beter bij gestoomde vis, groenterisotto’s, lichte surf&turf, wit vlees of faux gras. En romige kazen, vooral.

    De productie van slechts 27ha blijft steken op 1372hl. Verdeeld over een aardig lijstje makers. Tsja Tnnrr zelf is een subset, de omliggende dorpen (Molosmes, Junay, Vézinnes, Dannemoine én Épineuil) doen ook mee. Zie hier in vogelvlucht en hier en hier in wat meer kaartdetail.

    En de Montée de Tonnerre is een Premier Cru van de Chablis niet van de Tonnerre propre. Ligt wel een béétje in de richting maar dichter bij (naast) Les Clos Grand Cru. Maar dat wist u natuurlijk.

  8. Daartegenover een wel heel kleine snipper, los van de anderen in het verre noordwesten van de streek: Côte Saint-Jacques – op de kaart slechts een paar lieux-dits of hee we zijn in de Bourgogne we kunnen ze climats noemen ..? Als we goed kijken, zien we zelfs maar één veldje voor de sub-appellation de andere vijf climats zijn gewone AOC Bourgogne..! Wel vier wijnmakers die de druiven van hier gebruiken. Interessant; er staat wat Pinot Noir en Pinot Gris, plus Chard en Pinot Blanc. En overigens zijn de ommelanden/ommelandjes hier de Jovinien, die van Joigny dus. #logica (voor de naamgeving) ‘gewone’ AOC Bourgignons et al. Rood en gris (rosé’ig) komt van Pinot Noir en een stuk idem Gris, wit is er zelfs ook nog, van Chard en Pinot Blanc. De stokken staan op het climat l’Haut de Saint-Jacques en Les Ronces (er zijn nog een nauwelijks meer dan handvol andere climats die ‘gewone’ Joigny AOC Bordelais opleveren). Het noordelijkste stukje van de streek dus. Ooit 574 hectare, daarna alweer bijna terug naar nul, en nu weer terug. Met een ligging ad 135-210m hoog op het zuidoosten, dat mag ook wel, met het bos van Othe in de rug tegen noordewinden en de nabijheid van de (neder)Yonne als (voorjaarsvorst)temperatuurdemper voor de lagergelegen plotjes. De ondergrond is Turoon krijt (krijt/silex-mengsel onderaan de hellingen). Ad silex: hier duidelijk leisteen/vuursteen van petrichor/geosmin-karakter.
     
    Het rood is duidelijk bleek-kersenrood met een iets donkerder kantje, met lichtrood fruit en rode-bloemigheid in de neus en een fris niet al te zwaar mondgevoel (vooral niet te veel tanninnes) met een lang na waarin zacht licht zuur domineert. Dit doet het goed bij gebraden of gestoofd gevogelte, gebraden (lichter) rood vlees zoals kalfsschnitzel al of niet met tomaat en parmezaan erbij, lasagne, rundsvleesrolletjes, of zelfs een varkensstoof. En in de categorie Kaas: zachte en romig gaat perfect; Brie (mits niet al te kanonzwaar gerijpt), Chaource en Pont l’Évêque spring to mind.
    De gris’en zijn wat (natturlijk-)zalmkleurig, met in de neus van zuur naar zoet aalbes, grapefruit, sinaasappel, perzik en witte bloemen. Het mondgevoel is onder het lichtfruitige toch redelijk vol, met een hint van vuursteen. Dit gaat heel lekker met carpaccio van sint-jakobsschelpen en krabsalade, al of niet met mandarijnpartjes en witte perziken erbij, venkelsalade met avocado en sinaasappel, een salade van kool en wortelen met munt, een visstoofpotje met een gekruide crème, visblanquette, pompoensoep met sinaasappel… De lijn is duidelijk. Maar qua Kaas is het maar of de lichte jonge witschimmelkazen of romige zachte kazen uw ding zijn of niet. Zo ja dan top, zo nee skip dan de kaas.
    En de witten tenslotte zijn bleek goudgeel, met wat zoetere geuren van peer, witte roos, perzik en acaciabloesem. In de mond is een en ander toch nog licht en soepel maar wel fruitig nog, met een finish in de kruiden- en silex-hoek. Neem deze in wit vooral bij bij zoute tapas met een zeetintje, bij een met hazelnootolie opgeklopte Chaource-kaaspasta en bij diverse soorten zee-georiënteerde tartaar: krab met Espelette-peper, zalm met olijfolie en aromatische kruiden, avocado met citroen en garnalen. Qua kaas past zowel geitenkaas als Comté heel goed, en Beuafort en Gruyère ook overigens. # proefondervindelijk

    Maar ja, slechts 12ha rood/grijs, en 0,5ha wit, voor 678hl respectievelijk 30hl maal 133 fles die je per hl haalt; dat houdt niet over. #minimaleverkrijgbaarheid dus ook. Wat wil je, met slechts vier producenten. In vogelvlucht en op de kaart bent u vrij snel uitgekeken. Op de wijnen niet snel!

    En dan is hier de plaats om Montholon en ommelanden te noemen. Nou ja, ommelanden, de gemeente zelf is alles wat in de buurt is. Ten zuid- en klapje westen nog van Joigny vinden we deze plaats die geen eigen dorpswijnnaam heeft maar nog wel steeds Bourgogne is; het meest westelijke stukje daarvan zelfs. Dus vinden we er een paar climats (op kaart) die naar onze mening niet ongenoemd mogen blijven…

  9. En voor de restjes rond de stad, Côtes d’Auxerre. What can we say; ook hier slechts enkele wijngaarden, vroeger bekend en groter (18e eeuw: 1827ha), teruggezakt, en nu langzaam weer groeiende. Op 120-280m, op de hellingen van zijriviertjes van de Yonne. Vooral op het zuiden, soms zuidoost of zuidwest. Eronder ligt kalksteen, klei, en mergel-kalksteenmengsels uit het opper-Jurassisch (Kimméridgien en Portlandian) en vroege Krijt (Hauterivien).
    Er staat voor rood (en rosé maar die vind je écht sporadisch) Pinot Noir, en voor wit Chard. Nota bene, de stokken mogen ook in een riedel aanpalende gemeenten staan en toch Côte d’A heten. Augy en Quenne, OK, zonder eigen dorpsappéllation, Escolives-Sainte-Camille en Vincelottes ook, maar die liggen al onder Saint-Bris(-le-Vineux) dat toch echt wel op eigen benen kan staan. Hopelijk hebben we het niet over de restjes die daarin niet kwijtkunnen en dus maar in de Côtes belanden. Zal wel meevallen hoor; de wijnen moeten natuurlijk wel hun typische karakters houden. En mono-climat wijnen mogen de naam ervan op de fles hebben.

    Het rood is bleek kersen met wat robijnrood erlangs, met cassis en kersen in de neus, maar ook wilde aardbei, framboos, sleedoorn, blauwe bes, geroosterd brood, zoethout, roos en een pepertje. In de mond krijgen we een volle, fruitige structuur en zachte tannines. In de finish hebben we een duidelijke ziltigheid met zoethout en kruiden, en een terugkeer van kers. Dit gaat opvallend goed bij ham, lichtere worstjes, een salade met spek en dergelijke. Ook coq au vin, konijn met mosterd, kalfslever, gebraden boerenkip of een gegrilde tonijnmoot zijn prima. Een tomme of gerijpte Mimolette ook.
    Wit is vooral bleek (stro)geel met een groene waas, overgaand in goudgroen voor gerijpte exemplaren. Ja dat kan. In de neus vooral jodium-met-citroen, witte perzik, appel, amandel, munt, venkel, zoethout, terwijl kamperfoelie, verse amandel en hazelnoot er nog bij kan komen. Het mondgevoel is citroenfris met wat perzik en geel fruit erdoorheen. Ook hier weer de ziltige finish, met een lichte vanalles-kruidigheid. De pairing hierbij kan dan ook niet te zwaar zijn; lichte gerechten met een zachte textuur, zoals hartige tapas, sashimi/sushi, avocado/garnalensalade, een preitaart, gebakken vis met verse kruiden, een stevige omelet, dat werk. Wat kaas betreft passen jonge kazen met kruidenwassing of jonge witschimmelkazen.

    Overigens hebben we het in totaal nog wel over 119ha (rood/rosé) plus 84ha (wit), goed voor zo’n 5316hl rood/grijs en 4814hl wit. Hier op kaart, van een flink lijstje makers. En in vogelvlucht hier. Overigens zien we daar uitgelicht: Het is niet allemaal Ommelanden wat de klok slaat; de Clos de la Chainette ligt met iets meer dan 4ha middenin de stad Auxerre. Een andere opvallend climat was clos de la Migrenne; tot migraine van velen is die nu bebouwd…

    Nou, dat was het, qua appéllations-subrégionales/-villages. Ja, Chablis ermiddenin is nog een witte vlek. Maar we zien wel; of die er hierbij komen qua behandeling, of dat een aparte pagina beter ‘past’ bij de aparte status die het heeft in de baronie van de ‘Chablis et’ Grand Auxerrois, et aussi les Châtillonnais die hieronder staan uitgewerkt. Te klein / onbekend / on-apart voor een eigen pagina dus vandaar..

    [terug naar boven]


Qua data kunt u wellicht overigens nog wat met een overzicht. Helaas hebben niet alle Syndicats de les Appéllations eigen sites – voor zover wel, staan die boven gelinkt – laat staan dat er aanvullende info te vinden is. Als we de data van het overzicht (gebruikt voor bovenstaande productiegetallen) overigens vergelijken met de data van de Vins de Bourgogne, dan zit daar wel meer licht/lucht (i.e., terroir 😏) tussen dan een enkele afronding of slechts enkele gerooide rijtjes; er zijn serieuze verschuivingen en we vrezen ter behoud van de traditie en kwaliteit dat niet alles vooruit gaat … maar de verschillen kunnen ook komen doordat niet alle productie per dorp in een dorp-appellation gaat en omgekeerd. Tsja daar is met simpele statistiek niet tegenop te boksen.

Wie de streek wil bezoeken voor diverse redenen (doe maar een mouse-over…), kan terecht op dit overzicht; wie wijnmakers wil bezoeken, kan beter gelijk door naar dit overzicht van de vereniging van onafhankelijke wijnmakers.

Met dank aan onder andere de Vins de Bourgogne-site die deze buitengebieden bepaald niet veronachtzaamt. Vergeet niet die site te bezoeken en dan per dorp nog eens in te zoomen op de kaart (rechtsonder de Interactif-link); er duiken dan links naar de producenten op etc.
Enne, de vaak fantastische witte-aspergebegeleider Auxerrois gaan we vast nog wel eens elders bespreken…

[terug naar boven]


U herinnert zich nog van hierboven de kaart. Daar staat rechtboven nóg een stuk óók-Bourgogne te weten de Châtillonnais, best een groot gebied, en best bijna-geheel onbekend… Geen onderdeel van de Côtes d’Auxerre maar toch qua karakter wel duidelijk anders dan wat we meer zuidelijk aantreffen. Minder prijs, minder grootspraak, minder kapsones dus en toch Kwaliteit.
Een fors eind ten oosten van Tonnerre dus, én een klapje ten noorden van Châtillon-sur-Seine … Nog formeel wel in het (wijn!)district Côte d’Or hoor, maar toch, het ligt al op de grens van de Côtes de Bar Champagnes; de Riceys. We herinneren ons de strijd die over de grenzen hier is gevoerd. De Comtes de Champagne waren bekend om hun, succesvolle, trouw aan de core Franse( koninge)n, de Ducs de Bourgogne hadden andere ideeën… Maar goed; nu administratief in de Bourgogne in Frankrijk-proper.
Wat valt er verder nog over te zeggen? Er staan in de dorpen Molesme, Villedieu, Griselles, Marcenay, Poinçon-lès-Larrey, Larrey zelf, Bouix (toch niet de geboortegrond van -ix, -ix en de hunnen?), Pothières, Noiron-sur-Seine, Gomméville, Charrey-sur-Seine, Villers-Patras, Vix (niet ademvrij), Obtrée, Vannière, Montliot-et-Courcelles, Massigny, Chaumont-le-Bois, Belan-sur-Ource, Mosson, Thoires, Bissey-la-Côte en tot slot Brion-sur-Ource ja dat zijn alle Châtillonnais zo’n 250 ha vrijwel geheel voor Crémant de Bourgogne, wit of rosé. Op het zuiden en zuidoosten, zoals zo vaak in deze hogere regionen, om maximaal de weinige zon te vangen. De ondergrond is hard en kalkrijk – ja daar is weer de vergelijk met de Champagnes vlakbij – wat de Pinot Noir en Chardonnay fris houdt, met veel citrus en honing. Overigens staat er her en der ook Gamay en Aligoté dus het kan wat complexer worden.
Verder… de crémant van hier gaat uitstekend bij de truffels van hier; aanrader. Voor het overige ..?

[terug naar boven]

[Terug naar Wijn is Fijn]

Maverisk / Étoiles du Nord